In gesprek met tekstschrijver Piet van Midden

Wat spreekt je muzikaal zelf het meeste aan van de Passie van Matteüs?

“Technisch gezien vind ik het lied ’t Is Pasen’ het meest geslaagd. Het zit vol dubbele bodems en taalgrapjes en muzikaal is het heel knap in elkaar gestoken door de componist Gerard van Amstel”.

En welke qua inhoud?

“Als het om de inhoud gaat, dan vind ik de liederen rondom het thema ‘Petrus en Judas’ het sterkst. Het duet van Petrus en Judas is een liedje met veel emotie, vooral omdat het verraad niet op Judas neerkomt maar op allen. Je vindt het ook weer terug in ‘het omgekeerde zwaard’. Petrus hanteert het zwaard, maar het gebruik daarvan zit in ons allemaal: ‘Haat is onze diepste waan.’ Daar gaat het steeds om: wij allemaal zijn Petrus en Judas. Zoals wij ook allemaal Jezus hebben geslagen. Petrus en Judas zijn elkaars tegenpolen en zó een duo. Petrus zegt dat hij Jezus niet kent. Judas zegt dat hij juist precies weet wie Jezus is. Ze horen bij elkaar in elk mens van nu, die beide gedachten in zich heeft. Dat duet is voor mij echt de top”.

Zijn er nog meer Bijbelse personen?

“Judas en Petrus staan tegenover een ander duo, de twee Maria’s, die de Matteüs Passie afsluiten. Het graflied is kort, en je zou het bijna zonder begeleiding moeten zingen. Het verwoordt de vraag uit het laatste gedeelte: wat blijft er van je dromen over? Je leven wordt afgeschreven op een steen?… Nee dus: Hij is wel dood, maar voor Hem is dood-zijn slapen totdat God je wekt. En dat mag het voor ons óók zijn”, aldus schrijver en dominee Piet van Midden.